Marja Bloem schreef deze tekst voor de publicatie Drawings First/Eerst Tekeningen . Een uitgave van galerie Phoebus, Rotterdam , in 1998

Frank Sciarone: Looking for a Position of the Body (1)

 

Een van de passages die me het best is bijgebleven uit Castaneda's De lessen van Don Juan (2) is die waarin beschreven wordt hoe Castaneda wanneer hij, zittend op de veranda, Don Juan om onderricht vraagt en als antwoord krijgt dat hij erg moe is en eerst maar eens “zijn” plek moet vinden op de vloer waar hij kan zitten zonder moe te worden. Veel verdere uitleg over die plek krijgt Castaneda niet, behalve dat iedere plek anders is, maar dat er één plek uniek is omdat je je daar het allerbeste voelt. En dan begint Castaneda te verschuiven, gaat hij een beetje anders zitten, schuift nog eens wat, rolt op zijn buik verder. De maat van de wereld wordt bij Castaneda als het ware teruggebracht tot die van een veranda, maar hij beleeft er allerlei menselijke gevoelens, zoals wanhoop, hoop, angst, twijfel en tevredenheid. Uiteindelijk eindigt Castaneda na een veel langere tijd dan hij denkt, ergens opgerold in een hoek en omdat hij zich eindelijk lekker voelt valt hij in slaap. Hij wordt pas weer wakker als Don Juan hem te kennen geeft dat het zo goed is, dat hij – Castaneda – zijn plek en daarmee de sleutel tot zijn welzijn en betekenis gevonden heeft.

 

Dit verhaal schoot me te binnen toen ik naar de tekeningen van Frank Sciarone keek. Op grote vellen papier zijn met siberisch krijt kleine zwarte vormen getekend. Ze zijn min of meer regelmatig horizontaal en vertikaal geordend en evenwichtig over het blad verdeeld, en ze hebben iets van beweging in zich. Dat gevoel van beweging wordt veroorzaakt door de dunne uit een zwart centrum wegschietende delen van de vormpjes die daardoor doen denken aan mensen die vallen, springen, acrobatische bewegingen uitvoeren of vliegen. Sciarone brengt dat teweeg door formele ingrepen als draaien, kantelen, toevoegen en weglaten, verdichten etc. De vormen zelf zijn niet goed te benoemen; ze zijn niet abstract noch figuratief, maar hebben wel een zekere herkenbaarheid alsof je ze zo ergens zou kunnen tegenkomen. En ze laten alle vrijheid tot interpretatie en associatie, dagen daar zelfs toe uit. Tegelijkertijd zijn het persoonlijke tekens die toch niet veel verraden over het handschrift van de kunstenaar, omdat ze door hun onbenoembaarheid ook iets algemeens hebben.

Sommige tekeningen bevatten veel vormen, dat wil zeggenveel informatie. Maar bij andere is er één vorm uit het volle blad gelicht en, vergroot, alleen op een vel weergegeven. Het zwart – want andere kleuren worden niet gebruikt – is vol in het centrum en krijgt een dynamiek doordat het siberisch krijt in één beweging is aangebracht, uitgewaaierd en gefixeerd. De vorm op zich wordt door het vergroten abstracter – als een element uit de islamitische kunst – en omdat de concurrentie van de andere vormen ontbreekt, is de afhankelijke relatie tussen vorm en papier, dus de plaats van de vorm, op het blad, duidelijk.

 

De vragen die Sciarone met al deze ingrepen stelt, zijn ‘waar krijgt een vorm zijn betekenis?”, “wat is de exacte positie in de ruimte die de betekenis mede bepaalt?”,”hoe neem je de dingen waar?”, “wat is de verhouding deel/geheel”. De tekeningen, die geen metaforen zijn voor in de werkelijkheid aangetroffen situaties, zijn autonoom en hebben te maken met zijn denken over deze vragen. Dit wordt niet weggegeven op een technisch-wetenschappelijke manier, maar eerder intuïtief. Het zoeken naar de positie in de ruimte en naar de betekenis is niet alleen bij deze tekeningen de achterliggende gedachte, maar ook bij de sculpturen. Het zijn ruimtelijke objecten die spontaan ontstaan, of in opdrachten die de mogelijkheid laten door te gaan in zijn eigen gedachtenlijn. Vaak verwijzen de sculpturen naar architectuur, bijvoorbeeld doordat ze de suggestie geven dat je erin binnen kunt gaan. Dit heeft te maken met het grote belang dat hij in zijn werk onder andere hecht aan volume en gezichtpunt. Het is vooral goed te zien in de recente werken waar hij het oppervlak – de huid – onbewerkt laat, zodat het materiaal voor zich spreekt. De verschillende betekenissen van een beeld worden op die manier verduidelijkt. Vergeleken met de tekeningen, hebben beelden ook een andere importantie omdat het voor de kijker makkelijker is een beeld in gedachten mee te nemen, het te ontleden, aan te passen, van maat te veranderen,de ruimtelijke ervaring door te laten werken, en het op verschillende plekken te plaatsen.

 

Die ervaring van ruimte is het concept dat ten grondslag ligt aan Sciarone's hele oeuvre. Toch betekent dat niet dat zijn tekeningen binnen één categorie vallen. Soms kan de aanleiding een schets voor een beeld zijn, soms gaat het om een exact ontwerp en soms zijn het vrije, autonome werken waarin het gaat om het tekenen zelf. De bindende gedachte bij al deze werken is de juiste positie, de juiste vorm, de verdeling van de ruimte, het standpunt van de waarnemer, de mogelijkheid tot het manipuleren van die waarneming. De verhouding tussen deel en geheel. Heel duidelijk blijkt dit uit een serie collages die Sciarone in 1992/3 maakte. Een plattegrond van een eiland werd in kleine vierkantjes verknipt en vervolgens onder en naast elkaar op een papier geplakt waarop met potlood een rasterwas getekend van horizontale, vertikale en diagonale lijnen. Het resultaat is verbluffend. De toeschouwer herkent de elementen van de kaart en dat roept meteen gedachten aan de werkelijkheid op, of je nu strand ziet, water of een stadsdeel. Je concentreert je op fragmenten en probeert erin te komen. Net zoals wanneer je een kaart leest, verplaats je je in gedachten naar die werkelijkheid omdat je je weg erin zoekt. In de collages/tekeningen doe je dat ook maar tegelijk wordende topografische elementen abstracte gegevens. De potloodlijnen doen denken aan het uitzetten van een koers op een zeekaart of het werken met een kompas. Sciarone voegt zo aan een visuele ervaring er een met een ander zintuig toe en tegelijkertijd wordt de kijker zich bewust van hoe fragmentarisch zintuiglijke waarneming is, hoe belangrijk het is de juiste plek te vinden omdat dan pas ieder detail betekenis kan krijgen.

Dat brengt me terug naar Castaneda die bij het zoeken uiteindelijk alle dimensies van een mensenleven ervaart; is het mogelijk dat dit ook plaats heeft wanneer je kijkt naar visuele kunstwerken zoals die van Sciarone?

 

1. Deze titel werd gebruikt voor een reeks werken en een eerder artikel bij de tentoonstelling Momentopname , Stedelijk Museum Amsterdam, 1988

2. Carlos Castaneda, De lessen van Don Juan , Amsterdam, De Bezige Bij, 1984.

Marja Bloem


 

Marja Bloem wrote this text on the occasion of the publication called Drawing First/ Eerst Tekeningen , which was published by gallery Phoebus in 1998

Frank Sciarone: Looking for a Position of the Body (1)

 

In one of the passages from Castaneda's The teaching of Don Juan (2), Castaneda, while sitting on the veranda, asks Don Juan for enlightment and is told that he is very tired and he first has to find “his” place on the floor where he can sit without getting tired. Castaneda does not get any more explanation, excerpt that every place is different and one place is unique because it is the right place for you. Then Castaneda starts moving around, takes a slightly different position, shifts somewhat, and rolls around on his stomach. For Castaneda, the size of the world is reduced, as it were, to that of the veranda, but in this limited universe one can experience all kinds of human emotions, such as despair, hope, fear, doubt and contentment. Finally, after a much longer time than it appears, Castaneda curls up in a corner, and because he feels at ease, he falls asleep. When he awakes, Don Juan tells him it is all right, Casteneda has found his place, and with it, the key to his well being and meaning.

 

This story came to mind, looking at Frank Sciarone's drawings. Small black shapes are drawn with black chalk on large sheets of paper. These shapes are more or less regularly arrenged, horizontally and vertically over the sheet; they have a sense of movement. This movement is caused by the thin element of the small shapes coming out of the black center, which makes one think of people falling, jumping, making acrobatic movements or flying. Sciarone does this by formal means; having the shapes appear to turn, and topple; and by adding, omitting, and condensing. The shapes themselves cannot be easily identified; they are neither abstract nor figurative, but they seem to be recognizable as if one has seen them before. They are wide open to interpretation and association, and in a certain way, even question this possibility. There are two types of drawings: those which contain many shapes, in other words, much information, and those in which one shape has been taken from the sheet of images and enlarged and reproduced by itself on a separate sheet. The black - colour is not used – is most dense in the center and its vitality is due to the fact that the black chalk has been applied in a single movement and has then been sprayed over the paper. The shape used becomes more abstract by the engagement – like an element in Islamic art. This is because there is no competition with other shapes, which makes clear the dependent relationship between the paper and the shape, and the importance of the position of the shape on the paper.

 

In these works Sciarone is asking a number of questions, such as “where does shape get its meaning?”, “what is the exact position in space which also defines meaning?”, “how do we observe things?” and “ what is the relationship between the part and the whole?”. The drawings are not metaphors for reality, they are autonomous and ask us to think about these questions, not in a technical-scientific way, but rather in an intuitive way.

The search for meaning not only underlies the creation of his drawings, but also that of his sculptures. There are two groups of sculptures: those which come into existence as part of his own interest, and those which are commissioned, but even here he has to have the possibility to develop his own line of thought. Often the sculptures refer to architecture, in the sense that they suggest that one can enter them. The question of volume and viewing point are very important to Sciarone. This can be seen especially in his recent works where he leaves the surface – the skin – unprocessed so that the material can speak for itself. In this way the different meanings of a sculpture can be illucidated. Sculpture, as opposed to drawing, poses different problems because it is easier for the viewer to take the sculpture “away” in his mind to analyse it, to adapt it, to change its size, to feel the spacial experience, and to place it in different situations.

 

The experience of space is a concept behind Sciarone's whole body of work. But this does not mean that there is only one type of drawing. Sometimes a drawing can be a sketch for a sculpture, sometimes an architectural design, and sometimes a free, autonomous work which is only about “the technique” of drawing.

The connecting thought in all these works is the right position, the right form, the division of space, the standpoint of the viewer, and the possibility of manipulating the process of seeing. The relationship between the parts and the whole. This is clearly shown in a series of collages that Sciarone made in 1992- 93. A map of an island was cut into small squares and glued randomly onto a sheet of paper on which a grid of horizontal, vertical and diagonal lines had been drawn in pencil. The result is surprising. The viewer recognizes the elements of the map which evoke reality, whether a beachfront, water or part of the town; one concentrates on the fragments and tries to grasp the whole; just like reading a map one moves into reality, seeking one's way. In these collages/drawings the topographic elements become abstract data; the pencil lines make you think of charting a course on a nautical map or using a compass. In this way, Sciarone adds an intellectual experience to the visual one so that the viewer is lead to think about the fragmentary nature of sensory perception, and the importance of finding the right place so that every detail can be properly understood.

This brings me back to Castaneda who, in his search, experiences all the dimensions of human life on the veranda: is this also what takes place when one looks at visual works like those of Frank Sciarone?

 

1. Title previously used for a series of works and for an article on the exhibition ‘Momentopname' , Stedelijk Museum Amsterdam, 1988

2. Carlos Castaneda, The teachings of Don Juan , Ballantine books, 1968

Marja Bloem